Bevallingsverhaal | Bewust ouderschap en natuurlijke bevalling

Mijn bevallingsverhaal

Welkom, Linde! We zijn 18 april ouders geworden van het mooiste meisje dat we ooit hebben gezien. Onze wens was om haar geboren te laten worden tijdens een natuurlijke thuisbevalling, in alle rust en intimiteit. Uiteindelijk liep zowel de zwangerschap als bevalling totaal anders en kwamen we in een heftige rollercoaster terecht. Dit is mijn bevallingsverhaal.

37 weken zwanger

Dat is hoe lang de zwangerschap uiteindelijk heeft geduurd. Ik was precies 37 weken zwanger toen we een controleafspraak hadden bij de verloskundige. We bespraken onze wensen voor de thuisbevalling nog eens door en de eindeloze lijst van kwalen en pijntjes die ik had. De laatste loodjes waren zeker zwaar en de roze wolk was nog altijd ver te zoeken, was de conclusie. Aan het eind van de afspraak werd standaard mijn bloeddruk gecheckt. En toen stond onze wereld op zijn kop.

Voor het eerst bleek bij deze controle mijn bloeddruk veel te hoog. en de verloskundige wist eigenlijk al direct dat dit alarmerend was, zeker ook omdat ik enorm veel vocht vasthield. Mijn voeten pasten niet meer in sokken en mijn gewrichten kon ik door al dat vocht nog moeilijk bewegen. Ik kreeg een urinepotje mee naar de wc, zodat mijn urine kon worden gecheckt op eiwitten. Het staafje sloeg meteen uit. De conclusie was duidelijk: alles wees erop dat ik zwangerschapsvergiftiging had. Onze caseload verloskundige is net als wij groot voorstander van natuurlijke bevallingen, maar kon ons meteen uit die droom helpen. Ook al voelde ik me er niet bijzonder ziek van – wel van alle andere kwalen – zwangerschapsvergiftiging is een ernstige en gevaarlijke complicatie. De enige remedie is bevallen en dat was dan ook precies wat ik zo snel mogelijk zou moeten doen.

Onze verloskundige maakte een afspraak in het ziekenhuis voor ons. Wij gingen naar huis om spullen te pakken en om deze klap te verwerken. Eerste kindjes worden vaak pas na de uitgerekende datum geboren, wisten we. Dat was pas over drie weken. Wij rekenden daarom op nog wel een maand voordat ons kindje geboren zou worden en werden overdonderd door deze plotwending. Ik was pas net gestopt met werken. In ons hoofd konden we het nieuws maar niet bijbenen. Ik huilde veel en de situatie voelde onwerkelijk.

Alleen in het ziekenhuis

Ook in het ziekenhuis werd die vrijdag dezelfde diagnose gesteld: zwangerschapsvergiftiging. Ik mocht het ziekenhuis niet verlaten, voordat de baby geboren was en moest in de gaten worden gehouden. De bevalling zou worden ingeleid en ik wist door al het inlezen over bevallingen wel wat dat betekende. Mijn bevalling zou door zo’n inleiding medischer dan medisch worden. Die rustige thuisbevalling die we die ochtend nog hadden besproken met onze verloskundige? Die stond daar mijlenver vanaf. Ik kon de switch maar moeilijk maken. Wat een achtbaan en emoties.

Ik werd opgenomen in het ziekenhuis. Onze caseload verloskundige waar we zo enthousiast over waren en alle vertrouwen in hadden? Zij mocht niet bij de bevalling zijn vanwege de coronaregels. Er is veel moeten en er zijn veel protocollen. Ik krijg te horen hoe de dingen nu gaan en ik allemaal moet. Ik moet op een bed bevallen en een baarkruk is niet aan de orde. Ik moet tijdens de bevalling aan de continue hartslagmonitoring voor het kindje. Ik moet getoucheerd worden om de ontsluiting te controleren. Ik moet hartfilmpjes van de baby laten maken, waar ik de baby ook meteen druk op voel reageren in mijn buik. Als ik aankaart hoe wij dingen liever hadden gewild, is de boodschap dat dit het beste is voor mij en het kindje en wordt nogmaals benadrukt hoe ernstig zwangerschapsvergiftiging is.

Dit hadden we zo graag anders gewild. Het voelt alsof de artsen mijn lichaam gaan bevallen. Ik ben toevallig de vrouw in dat lichaam, maar verder doe ik niet meer mee. Dat staat haaks op de kracht die ik eerder voelde over mijn bevalling. Door de gesprekken met de verloskundige, mijn kennis over de bevalling en het lezen van informatie zoals het boek Vrije Geboorte voelde ik me vol vertrouwen in mijn lichaam en het natuurlijke bevalproces. Ik had zelfs zin in de bevalling. Om me onder te dompelen in mijn eigen cocon en me over te geven aan wat mijn lichaam van nature zou weten dat het moest doen.

Lees meer: ik raad iedere zwangere aan om het boek Vrije Geboorte te lezen en schreef in deze review waarom.

Maar alles was nu anders. Er werd een ballonnetje geplaatst om de bevalling op te wekken. Ik had nog geen ontsluiting en mijn lichaam was nog lang niet klaar om te bevallen. Alles moest kunstmatig in gang worden gezet. De ballon plaatsen is behoorlijk pijnlijk. Al vrij snel kwamen de eerste krampen en weeën die zo sterk waren dat ik ze weg moest puffen. Maar wel alleen, want Sebastiaan mag vanwege de coronaregels niet blijven. Het doet me veel verdriet niet samen te mogen zijn, juist op dit moment. Ik doe bijna geen oog dicht die nacht vanwege de weeën. Een slaapmiddel helpt om drie uurtjes te slapen, maar meer ook niet helaas. 

Pas als de ballon uitvalt en er dus drie centimeter ontsluiting is, kan de bevalling worden doorgeleid. Maar zaterdagochtend bleek de ballon nog stevig op zijn plek te zitten. Dat betekende dus afwachten, terwijl ondertussen de baby werd gemonitord en mijn bloeddruk regelmatig werd gemeten. Mijn vriend mocht eind van de middag kort langskomen tijdens het bezoekuur. Even een half uurtje. Het brak ons hart dat we niet samen mogen zijn. Toen hij na het bezoekuur weg moest, moest ik hard huilen. De verpleegster was snoeihard en vroeg of ik dan nog nooit zonder hem heb geslapen. Eh, of misschien nog nooit zonder mijn vriend en vader van mijn kind een bevalling hebben moeten afwachten? 

Klaar voor de bevalling

Thuis maakte mijn vriend ondertussen alles gereed voor de baby. De schommelstoel werd binnen gezet, de wieg opgehangen, weekboodschappen gedaan en vrolijke slingers aan het plafond gehangen. Ik kreeg ondertussen een praatgrage kamergenote met veel verhalen. Ik mocht niet met de vader van mijn kind zijn, maar moest hier wel met een wildvreemde liggen. Het voelde maar raar. 

Die avond keken mijn vriend thuis en ik in ziekenhuis naar een satirisch nieuwsprogramma. Halverwege besloot ik te willen plassen en douchen. En toen gebeurde het! De ballon kwam los en lag opeens in de wc! De verpleegster gaf aan dat morgen zou worden bekeken of de ontsluiting drie centimeter is en de bevalling daardoor zou kunnen worden doorgeleid, want dat doorleiden doen ze toch niet ’s nachts. Maar ik wilde meteen een controle en terecht: bij die controle bleek de ontsluiting voldoende te zijn om de bevalling de volgende ochtend door te leiden. De ballon had zijn werk gedaan. Dat betekende dat ik naar een bevalsuite mocht verhuizen en nog belangrijker: mijn vriend mocht dan volgens de coronaregels wel komen. Eindelijk weer samen. Er werd geknuffeld en gehuild. Ik sliep in het bevalbed, hij in de stoel in de bevalsuite. Al werd er niet echt veel geslapen. 

De volgende ochtend vroeg werd de bevalling verder doorgeleid. Het was inmiddels zondag. We hebben eerst om een uitgebreid gesprek met een verloskundige of arts gevraagd. We hadden nog veel vragen en wilden weten welke van onze bevalwensen nog wel mogelijk waren in deze medische situatie. Dat gesprek was fijn en gaf ons meer rust. Het voelde niet langer alsof de artsen mijn lichaam aan het bevallen waren, maar alsof ik zelf nog regie en invloed had op de medische beslissingen. Veel ruimte bleek er overigens niet te zijn. Mijn lichaam zou de bevalling niet zelf kunnen doen. Het breken van vliezen zou mijn lichaam geen duwtje kunnen geven en weeënopwekkers konden mijn lichaam niet aansporen om dat zelf verder op te pakken. Mijn lichaam was er zelf eigenlijk nog niet klaar voor.

Geen grip meer op de wereld

De vliezen werden doorgeprikt en het vruchtwater stroomde naar buiten. Achteraf – pas vier weken later – ontdekten we dat bij het prikken wondjes op het hoofdje van Linde zijn gekomen. Het doet ons dan nog veel verdriet om te weten dat ons kindje dat heeft moeten meemaken. Toen de avond ervoor werd gecheckt of de ballon zijn werk had gedaan en de ontsluiting voldoende was, gaf die verloskundige ook aan de haartjes op het hoofdje van ons kindje te kunnen voelen. Het was een geruststellende en lieve opmerking, maar ik vond het vreselijk dat zij in de buik zo ‘lastig’ werd gevallen.

Een uur na het doorprikken werden de weeënopwekkers aangekoppeld via het infuus. Daarna ging het rap en werden de weeën al snel behoorlijk intens. Wat een heftige pijn! Ik viel weg in mijn eigen bubbel en soms lukte het er niet meer om daaruit te komen. Ze viel vaak weg en alles werd zwart. Ik had geen grip meer op de wereld en was vaak niet aanspreekbaar. Het kost me moeite om toe te geven en het voelt als verliezen: ik besluit om een ruggenprik te nemen.

Het plaatsen van de ruggenprik en ook een extra infuus bleek lastig te zijn. Door al het vocht was het moeilijk om een ader en de juiste plek voor de ruggenprik te vinden. De klachten van de zwangerschapsvergiftiging namen ook toe – flinke hoofdpijn die voelde als een band om mama’s hoofd – dus er kwamen nog wat extra kabels met monitoring bij. Mijn bloeddruk werd permanent in de gaten gehouden, net als mijn hartslag. Ook de hartslag van de baby werd al vanaf het begin permanent gemonitord. Draadloos was dat eerder nog, maar door alle kabels en infusen had dat nu ook geen zin meer. Ik lag plat op mijn rug in bed aan allerlei apparaten. Precies mijn doemscenario voor een bevalling, maar op dat moment kan het me allemaal niet meer schelen. Ik ben zo ver verwijderd van die rustige bevalling uit onze wensen dat ik me heb overgegeven aan de instructies en protocollen van alle mensen om ons heen.

Na de ruggenprik werd het gelukkig beter. De pijn was nog steeds zwaar en de weeën waren intens, maar wel op de grens van wat dragelijk was. Ik verloor niet steeds de grip op de wereld meer, maar kon prettig in een bevalbubbel komen. De bubbel dreef me nu niet meer te ver weg, maar was nu een prettige manier om de weeën op te vangen en de pijn weg te puffen. 

De ruggenprik werd rond 13.00 uur gezet. De ontsluiting was op dat moment nog steeds drie centimeter en de weeën tot dat moment waren alleen goed geweest voor verdere verweking. Toen de volgende keer na de ruggenprik werd getoucheerd, bleek de ontsluiting wel te vorderen. De weeënopwekkers waren zo opgevoerd dat er vier weeën per tien minuten kwamen. Dat was dus gelukkig genoeg om ontsluiting te krijgen, want op deze stand was het al behoorlijk zwaar om de weeën weg te puffen. En dat met een ruggenprik. Sebastiaan zat naast me, hield mijn hand vast en voerde me slokjes appelsap.

Geen persweeën

Toen de ontsluiting rond 19.00 uur voldoende bleek te zijn, gingen we de persfase in. De dienstdoende arts die we die hele dag al aan ons bed hadden en we daardoor nu een beetje hadden leren kennen, had dienst tot 20.00 uur. Ze verwachtte dat de geboorte precies moest lukken tijdens haar dienst, want ze mikte op een uur. Ze was anders bereid nog even te blijven, maar gaf toe dat ze ook niet van plan was dat erg lang na werktijd te laten doorgaan.

Omdat er geen persweeën waren, moest ik de baby zelf naar buiten persen, werd me gezegd. De ruggenprik werd stop gezet, want daar zou ik in deze fase toch niks aan hebben. De pijn van de persfase kan niet worden weggenomen. Op gedetailleerde aanwijzing van de arts perste ik een uur lang. Per wee steeds drie keer persen, precies in de richting en met de kracht die de arts aangaf. De vingers van de arts zaten steeds in me en gaven de plek aan waar ik heen moest persen.

Ik was erop gebrand om alles precies zo te doen als mij werd gezegd. Niks vertrouwen op mijn lichaam of op mijn eigen kracht. Ik deed wat de artsen mij zeiden te doen. Ik was doodsbang dat de dienstdoende arts tijdens het persen zou wisselen en er opeens vreemde vingers in mij zouden zitten. Ik was doodsbang dat het niet snel genoeg ging en werd besloten tot een vacuümverlossing en forse knip. Tussen de weeën door probeerde ik in mijn bubbel te duiken, maar ik ging daar ook regelmatig uit om te checken hoe het ging met de hartslag van de baby. Ik wist dat een slechte hartslag dé indicatie zou zijn voor een vacuümbevalling. Gelukkig bleef mij dat bespaard: de hartslag bleef goed en ik mocht ons meisje op eigen perskracht naar buiten duwen.

Na een eeuwigheid aan persen was het hoofdje te zien. Sebastiaan liep naar het voeteneind om een eerste blik op ons kindje te werpen en ik voelde met mijn handen een hoofdje met natte haartjes. Zo bijzonder en onwerkelijk! Ik deed nog steeds precies wat me werd gezegd en kreeg daarover complimenten van de arts en verpleegkundige. Kennelijk verliep alles precies zoals zij wilden. De een na laatste pauze tussen de weeën was bijzonder pijnlijk en de laatste met een intens brandend gevoel nog pijnlijker. De pijn moest worden weg gepuft, is de instructie aan mij. Zo zou schade en doorscheuren kunnen worden voorkomen. Ik deed wat me werd gezegd en uiteindelijk kon ik om 20.22 ons meisje naar buiten persen. Linde was geboren.

Een halve lotusgeboorte

Ik pakte Linde aan en legde haar op mijn borst. Terwijl ik Linde omhoog haalde, plaste ze me meteen onder. Ze zit helemaal onder het huidsmeer en is prachtig mooi. Heldere oogjes kijken naar haar vader. De eerste kennismaking met Sebastiaan was een lang en intensief oogcontact. Het was een bijzonder en intiem moment voor hem, maar voor mij was het nog steeds chaotisch.

De arts en verpleegkundigen waren nog druk met mij bezig. De placenta moest nog geboren worden en daarop werd niet gewacht. Het voelde voor mij als een onduidelijke chaos en ik kreeg niet goed mee wat er precies gebeurde en werd gedaan. Ik begreep later dat de weeënopwekkers flink werden opgevoerd en dat het pijnlijk drukken op mijn buik bedoeld was om de placenta zo snel mogelijk geboren te laten worden. Terwijl ik probeerde mijn kindje in me op te nemen en haar te zien en voelen, voelde ik vooral een circus aan mijn lijf. Uiteindelijk werd de placenta geboren en op ons verzoek in een bakje naast mij neergeelgd: een halve lotusbevalling, zoals wij graag wilden.

De arts zei vervolgens dat we niet moesten schrikken. Er was behoorlijk wat bloedverlies en ze had om hulp gevraagd. Meer artsen en verpleegkundigen verschenen in de kamer. Meer drukte en heisa en chaos. Uiteindelijk bleek alles mee te vallen en stopte het bloeden vanzelf. Het bloedverlies was iets meer dan gemiddeld, maar zeker niet alarmerend veel. Een kleine hechting – au, de verdovingsprik – was voldoende om een inwendig scheurtje te dichten. Ik kreeg nog steeds complimenten hoe goed ik de persfase had gedaan en hoe knap het was dat ik daardoor vrijwel zonder schade de bevalling kon doorstaan. Uiteindelijk had de persfase een uur geduurd, precies zoals ze het hadden gewild.

Na een tijdje knuffelen bij mij op de buik en samen met z’n drietjes bijkomen, besloten we de navelstreng door te knippen. De placenta was toen volledig uitgeklopt en we waren eraan toe om Linde van de placenta los te maken. Ik wilde dat graag zelf doen en Linde daarmee zelf van mijn eigen placenta losmaken. De placenta wilden we mee naar huis nemen en werd ingepakt. De verpleegkundigen waren opgelucht. We hoorden eerder steeds hun angst dat het bakje met de placenta zou vallen en de baby mee zou trekken. Ze waren duidelijk niet gewend aan een halve lotusgeboorte en vonden het maar niks.

De huidsmeer van Linde trok snel in en was op dat moment al bijna verdwenen. Een verloskundige kwam Linde meten en controleren. Alles bleek goed te zijn. Ze woog 2835 gram en dat was precies wat van een 37 weken-baby kan worden verwacht.  

Linde werd op de blote borst van papa gelegd om daar verder te rusten. Ik voelde me schuldig tegenover mijn baby, maar ik was vooral blij dat ik even wat rust kon hebben. Ik was gesloopt en wilde alleen maar slapen. Ik had geen energie meer. Niet eens om op te staan, dus werd ik op bed schoongemaakt van alle bloed, vruchtwater en huidsmeer. Ik kreeg de opdracht om te plassen, want in de persfase was de katheter – nodig bij een ruggenprik – weggehaald. Er moest worden gecontroleerd of ik nu weer zelf kon plassen. Nee, dat lukte niet. Ook niet na aandringen en dreiging van een nieuwe katheter. Bij een echo van de blaas bleek er ook niets in te zitten. Ik kreeg nog wat extra respijt van de verpleegkundige én een liter water om wet te drinken.

Uiteindelijk werd Linde aangekleed en keerde iets van de rust terug. Echte rust terugvinden duurde nog twee dagen, want zo lang lagen we daarna nog in het ziekenhuis. Linde had die avond niet aan de borst gedronken en dat bleek het begin van de borstvoedingsperikelen van de dagen daarna.

Mijn bevallingsverhaal werd mijn doemscenario

De rustige en intieme sfeer waar ik op had gehoopt, is er nooit geweest. Mijn doemscenario werd uiteindelijk werkelijkheid. De bevalling voelt voor mij nu als een overweldigende situatie. Ik voelde geen regie en het voelt alsof de bevalling mij is overkomen. Ik heb niet het gevoel ‘echt’ een bevalling te hebben gedaan. Vooral de ruggenprik voelt als een groot verlies. Ik had dit zonder medische ingrepen en pijnstilling willen doen, maar het is me niet gelukt. Toen ik tijdens de bevalling om de ruggenprik vroeg, heb ik meerdere keren huilend aan Sebastiaan gevraagd of hij teleurgesteld was in me. Ik was – en ben – vooral teleurgesteld in mezelf.

Ook bij een ziekenhuisbevalling had ik een baarkruk willen proberen, maar ik durfde die niet te eisen. Zeker niet toen mij werd gezegd dat dat niet was hoe bevallingen daar gingen en ik dan waarschijnlijk een totaalruptuur zou krijgen. Hoe meer mij werd opgelegd, hoe meer ik mijn eigen wensen liet varen en het me steeds minder kon schelen wat er gebeurde. Mijn voornemen om ook in een medische situatie op te staan voor mijn wensen, had ik losgelaten.

Toch kijk ik redelijk positief terug op de bevalling en dat komt vooral door de fijne tijd daarna. Ik ben er trots op dat het me is gelukt Linde zelf uit mij te persen en er geen vacuümverlossing nodig. Ik ben intens blij dat ik niet ingeknipt ben en ik vrijwel niet ingescheurd was. Toen de dag na de bevalling mijn energielevel weer verbeterde, voelde ik mij al snel beter dan ooit. De kwaaltjes verdwenen en zelfs de bekkeninstabiliteit was vrijwel weg. Omdat ik vrijwel geen schade had opgelopen, ging het al snel weer goed met me. Ik had geen pijn bij het plassen of zitten. Ik voelde me top!

Ik kon en kan mijn geluk niet op dat ik snel weer mezelf werd en de levenslust die langzaam was gedoofd tijdens de zwangerschap, weer was teruggekeerd. Sebastiaan maakte zich in de kraamweek zorgen dat ik met al die energie en levenslust een tijdelijke adrenalinepiek had en ieder moment kon instorten. Tot hij realiseerde dat ik eigenlijk gewoon mijn oude zelf weer was.

Bewaar deze blog op Pinterest om later te herlezen:

Gerelateerde berichten

Type je zoekwoorden hierboven en druk op Enter om te zoeken. Druk ESC om te annuleren.

Terug naar boven